Zwart op wit

In dit artikel leest u hoe goede contractbepalingen meer zekerheid bieden dan vage mondelinge beloften en afspraken.

Alles zwart op wit

Ondernemen is grotendeels gebaseerd op mondelinge afspraken en goede trouw. Wie echter te veel op de blauwe ogen van partner, mede-eigenaar, personeelslid, leverancier of klant vertrouwt, komt vroeg of laat van een koude kermis thuis. Leer van fouten van anderen. En voorkom ellende door goed te contracteren.

U wilt uw aanstaande geen zestig velletjes tellend wurgcontract laten tekenen, als u trouwt. En die leuke leverancier schotelt u natuurlijk geen lijst met sancties en ultimatums voor. Het is menselijk om de ogen te willen sluiten voor mogelijke ellende. En het is des ondernemers om optimistisch naar de toekomst te kijken.

Vertrouwen op de blauwe ogen lijkt nobel. Wie de roze bril heeft afgezet, merkt echter dat sommige verhoudingen op drijfzand berusten. Menig relatie die nu nog mooi lijkt, gaat straks in rook op. Huwelijken lopen op de klippen, leveranciers gaan failliet en personeel laat zich door de concurrent verleiden met vette kluiven. Goede contractbepalingen bieden op zo’n moment meer zekerheid dan vage mondelinge beloften en afspraken.

Informeel

Als u uw zaakjes summier regelt, bevindt u zich in goed gezelschap. Nederland kent informele zakelijke verhoudingen, zeker in het midden- en kleinbedrijf. Het recht weerspiegelt deze volkscultuur. In ons privaatrecht zijn zowel redelijkheid en billijkheid als goede trouw sleutelbegrippen. We houden niet van contracten.

“Liever een eerlijke relatie dan een contract”, is de stelregel van Bosgoed automatisering in Deventer. Directeur-eigenaar Alexander Bosgoed vindt het vervelend om vooraf over allerlei voorwaarden te beginnen. “Wij werken liever op basis van een open en eerlijke relatie. Ook in de harde automatiseringswereld komt het op vertrouwen aan.” Voorwaarde is volgens hem dat beide partijen direct communiceren en daarbij een eerlijk en realistisch beeld scheppen over verwachtingen en voorwaarden. Bosgoed: “Je kunt vooraf toch niet alles overzien. Wij zeggen liever na een maandje of het mee- of tegenvalt.”

Standaard

Allert Goossens van GHC International in Leiderdorp betreurt het daarentegen dat het vastleggen van afspraken in contractuele vorm geen algemeen aanvaarde standaard is in het Nederlandse bedrijfsleven. Als adviseur inkoop is hij zelf betrokken bij het schrijven en onderhouden van schriftelijke overeenkomsten. “Het zal u verbazen hoeveel ondernemingen (waaronder klanten van mij) dit soort transacties normaliter half of zelfs helemaal niet schriftelijk vastleggen.”
In de Nederlandse verhoudingen heerst volgens hem nog steeds een sfeer van goedgelovigheid, gelatenheid en (vals) vertrouwen in instanties. “Dat is een calvinistische erfenis.” Volgens Goossens lijkt het er bovendien op dat sommige ondernemers door de economische weelde makkelijk worden. Of deze nonchalante houding in een sfeer van internationalisering en toenemende claimcultuur verstandig is, valt te bezien. Kiezen, daar gaat het om. Lees de volgende vier situaties – die u allemaal persoonlijk zult herkennen – en kies! Vertrouwt u die partner of wilt u de zaken toch maar liever zwart op wit?

1. Partners

De statistieken laten zien dat in Nederland minstens één op de drie huwelijken strandt. Natuurlijk denken we bij het trouwen niet aan echtscheidingscijfers. De aanstaande is de liefste, beste en eerlijkste van allemaal.

Hoe catastrofaal dit kan zijn, heeft Donald Trump gemerkt. De onroerend goedmagnaat uit New York werd in de jaren tachtig wereldwijd bekend met zijn huizenhoge winsten. Begin jaren negentig ging het echter mis. Zijn schulden liepen op tot 900 miljoen dollar. In 1991 lag hij tevens in scheiding met zijn vrouw Ivana. Zij eiste nog precies op tijd twintig miljoen dollar en kreeg die. Trump adviseert daarom in zijn boek The Art of the Comeback: “Trouw altijd onder huwelijkse voorwaarden.”

Eigenlijk kent iedere ondernemer het verhaal van huwelijkse voorwaarden. Toch ziet notaris Matthé Ackerman van Bezemer/Ackerman in Driebergen-Rijsenburg nog vaak voorbeelden van onbegrensd optimisme in zijn praktijk. Volgens hem moeten (potentiële) ondernemers bij het sluiten van een huwelijk altijd extra oppassen, niet alleen vanwege eventuele echtscheiding. Ondanks de waarschuwingen van notarissen is het volgende voorbeeld aan de orde van de dag.

Arie’s scheiding
Arie heeft een eenmanszaak. Hij is twintig jaar geleden in gemeenschap van goederen getrouwd met Els. De zaken gingen jaren goed. Ze bezitten een leuk huis en leven luxueus. Maar het huwelijk verslechtert en ontploft. Er komt een scheiding. Els heeft nu recht op de helft van het gemeenschappelijke vermogen van beiden. Voor Arie wordt het financieel moeilijk de zaak voort te zetten. In het beste geval zit hij na de afwikkeling van de echtscheiding tot aan zijn nek in de schulden om de zaak voort te kunnen zetten. Els, op haar beurt, geniet van het leven met een goedgevulde bankrekening, net zoals haar eventuele toekomstige partner. In het slechtste geval moet Arie de zaak verkopen.

Redenen van echtscheidingen
Konden niet meer goed met elkaar praten 62 %
Karakters botsten 56 %
Relatie met een ander 36 %
Toekomstplannen waren onverenigbaar 31 %
Seksuele problemen 27 %
Financiële problemen 20 %
Verslavingsproblemen 13 %
Onenigheid over het krijgen van kinderen 9 %

Koude uitsluiting
De beschreven ellende kunt u deels voorkomen door te trouwen onder huwelijkse voorwaarden. De vermogens van u en uw partner blijven dan gescheiden. De meest extreme vorm is de zogenoemde koude uitsluiting. Alles wat uw partner verdient, is van hem of haar en alles wat u verdient, is en blijft van u. Alleen de kosten van de gezamenlijke huishouding worden naar evenredigheid van inkomen betaald en daarmee uit.

Veel mensen vinden dit iets te ver gaan. Er zijn ook mildere vormen. Bijvoorbeeld uitsluiting van alle gemeenschappelijke goederen met een periodiek verrekenbeding. Voordat u trouwt, verdeelt u alle goederen en die blijven gescheiden. Vervolgens berekent u elk jaar uw beider verdiensten, gooit dat op één hoop, deelt het door twee en verdeelt het. Mocht de zaak failliet gaan, dan is op dat moment alles al verdeeld en is er financieel minder pijn. Er kunnen hoogstens problemen ontstaan over een gezamenlijk gekocht huis. Let wel: soms wordt het woonhuis op naam van de partner gezet. Bij een eventueel faillissement kunnen schuldeisers dan niet het huis opeisen. Als u gaat scheiden, bezit uw partner het huis dus ook.

Testament
Eén op de vijf huwenden is al een keer getrouwd geweest. Vooral als u in het eerste huwelijk kinderen heeft gekregen, moet u op uw hoede zijn. Indien uw partner in het tweede huwelijk ook kinderen heeft, dient u te beslissen aan wie u uw vermogen wilt nalaten. Huwelijkse voorwaarden alleen zijn in dit geval niet voldoende. Notaris mr. Ackerman schetst een scenario: “Een ondernemer is voor de tweede keer getrouwd onder huwelijkse voorwaarden. Na een paar jaar overlijdt hij. Er is geen testament. Zijn (tweede) vrouw is gerechtigd tot de helft van het vermogen van de ondernemer volgens het huwelijksvermogensrecht. De andere helft gaat voor gelijke delen naar zijn echtgenote en eigen kinderen uit zijn eerste huwelijk. Op het moment dat zijn vrouw komt te overlijden gaat haar vermogen geheel naar haar kind. Op deze manier ontvangt het kind van mevrouw dus meer van het vermogen van stiefvader dan de eigen kinderen van de ondernemer. De waarde van zijn bedrijf, dat hij alleen heeft opgebouwd, gaat dan voor het grootste deel naar de stiefkinderen.” De oplossing hiervoor? U heeft uw vermogen bij leven en welzijn al gescheiden door huwelijkse voorwaarden. Als u overlijdt, gelden er andere spelregels. U dient in een testament vast te leggen aan wie uw nalatenschap toekomt. Ook kunt u hierin de opvolging van uw bedrijf regelen.

Checklist partner

2. Mede-eigenaren

Als u met een compagnon een bedrijf start, heeft u vertrouwen in elkaar. Maar de toekomst is ongewis. Het is de vraag hoe goed u uw compagnon eigenlijk kent. Wat doet hij of zij als de zaken minder voorspoedig lopen? En hoe reageert de compagnon als een derde een hoge prijs biedt voor zijn aandeel in de zaak?

Er kunnen zich altijd situaties voordoen waarin alles en iedereen onvoorspelbaar wordt. Zorg dus dat u zelfs met broers, zussen en kinderen uw zaakjes goed regelt. Notaris Ackerman geeft twee waar gebeurde voorbeelden, die om privacyredenen anoniem zijn gemaakt.

Psychische problemen
Twee broers, Cees en Jan, runnen samen een goedlopende scheepswerf. Ze bezitten beiden vijftig procent van de aandelen van de besloten vennootschap. Jarenlang loopt alles lekker. Dan komt Jan in psychische problemen. Hij raakt aan de drank. Dat heeft grote invloed op zijn functioneren. Vaak komt Jan niet opdagen en als hij aanwezig is, doet hij meer kwaad dan goed. Het management van het bedrijf wordt dan ook zienderogen slechter.

Na verloop van tijd wil Cees van hem af. Maar Jan ziet dat helemaal niet zitten. Hij ontvangt elk jaar salaris en dividend en vindt het wel best. Aangezien ze beiden vijftig procent van de aandelen hebben, kan Cees zijn broer Jan niet uitkopen zonder diens toestemming. Dit resulteert in jarenlange problemen en conflicten. Cees huurt advocaten in om een einde te maken aan de samenwerking met Jan. De advocaten kosten een vermogen, het bedrijf komt in financiële problemen. Personeel vertrekt vanwege het slechte management. Bijna gaat de scheepswerf aan al deze strubbelingen ten onder. Uiteindelijk bepaalt de rechter dat Jan zijn aandelen moet overdragen aan Cees.

Slimme schoonzoon
Vader heeft een bouwbedrijf. Na jarenlang zwoegen wil hij zijn zaak overdragen aan zijn zoon. Hij heeft één probleem: de capaciteiten van zijn zoon zijn niet voldoende om de zaak alleen te drijven. Daarom draagt hij het bouwbedrijf over aan zijn zoon en zijn schoonzoon, die over meer ondernemerskwaliteiten beschikt. Beiden krijgen vijftig procent van de aandelen van de bv.

De capaciteiten van de zoon blijken nog slechter dan gedacht. In de praktijk leidt de schoonzoon het bedrijf alleen, maar de opbrengst wordt wel gesplitst. Schoonzoon wil zijn compagnon uitkopen. Die ziet daar geen heil in en weigert. De zaak loopt uit op een rechtszaak. De kosten van deze rechtszaak doen het bedrijf bijna de das om. Ternauwernood redt de schoonzoon het en kan hij zijn zwager uitkopen.

Stemovereenkomst
De ellende in beide voorbeelden had voorkomen kunnen worden, wanneer partijen een stemovereenkomst hadden gemaakt. Zo’n overeenkomst is een apart contract dat u tegelijkertijd met de oprichting van een bv of vof sluit. Een stemovereenkomst regelt wat er gebeurt als de stemmen staken tussen twee partijen.

In het contract spreekt u af dat er bij een meningsverschil bijvoorbeeld een commissie van wijzen wordt benoemd. Iedere partner wijst een deskundige aan en die deskundigen wijzen een derde deskundige aan. Elke keer als er een geschil is, wordt er een groep deskundigen op het betreffende gebied samengesteld en zij beslissen. Op deze manier worden tegenstellingen op een duidelijke en onafhankelijke manier opgelost. Mocht één van beiden geen deskundigen willen aanwijzen, dan kan de ander de rechter verzoeken een deskundige aan te wijzen.

Een stemovereenkomstcontract wordt vaak niet afgesloten. In het laatste voorbeeld, van zoon en schoonzoon, had de notaris dat wel voorgesteld. Maar zijn suggestie werd in de wind geslagen. “Dat is niet nodig. Zoiets komt bij ons niet voor”, zeiden vader, zoon en schoonzoon vooraf.

Vijandige overname
Drie zakelijke partners hebben allen 33 procent van de aandelen in de werk-bv. Die aandelen hebben zij ieder in een afzonderlijke holding-bv ondergebracht. In de statuten van de werk-bv is vastgelegd dat de aandelen van de werk-bv niet verkocht mogen worden aan derden, zonder ze eerst aan de mede-eigenaren aan te bieden. Eén van de drie krijgt vervolgens een aanbod dat hij niet kan en wil afslaan. Maar hij is gebonden aan de statuten van de werk-bv. Hij kan de aandelen van de werk-bv niet verkopen aan derden. In plaats daarvan verkoopt hij de aandelen van zijn holding-bv.

De overblijvende partners zitten, via een omweg, opgescheept met een mede-eigenaar die ze helemaal niet willen. Om dit te voorkomen, sluit u een aandeelhoudersovereenkomst met de andere aandeelhouders in de werk-bv. Afgesproken wordt dat zonder toestemming van de andere partners niemand zijn aandelen in zijn holding-bv mag verkopen aan derden. De overblijvende holding-bv’s kunnen bepalen of zij overnemen of niet. Pas als zij de aandelen niet overnemen, kan aan derden worden verkocht.

Aandelen certificering
Klaas heeft goedlopend bedrijf. Hij wordt ernstig ziek en heeft nog kort te leven. Zijn vrouw is geestelijk niet sterk genoeg om de zaak over te nemen. Ook als zij de zaak zou erven kan ze niet tegen de druk en zal, zo verwacht Klaas, de zaak voor een appel en een ei verkopen. Beide zoons zijn evenmin geïnteresseerd in overname van het bedrijf.

Klaas wil zijn vrouw beschermen en haar ook een goed verzorgde toekomst geven. Ook beide zoons wil hij laten profiteren van zijn opgebouwde bedrijf. Hij beslist het volgende. De aandelen van de bv van Klaas worden gecertificeerd. Dat wil zeggen dat Klaas alle aandelen overdraagt aan een stichting. In ruil daarvoor geeft de stichting certificaten uit. Die gaan allemaal naar Klaas. Hij ontvangt jaarlijks dividend. Op deze manier splitst u de zeggenschapsrechten en financiële rechten van de aandelen. De zeggenschap wordt ondergebracht in een stichting administratiekantoor. Het bestuur van de stichting bestaat enkel uit Klaas. Verder wijst Klaas voor na zijn overlijden een bestuur aan. Hij benoemt beide zoons en een deskundige, een vertrouwenspersoon, tot bestuurders na zijn dood. In de praktijk runt het bestuur het bedrijf.

Op deze manier kan na Klaas’ overlijden rustig bekeken worden wat er met de zaak moet gebeuren zonder dat familieleden er alleen zeggenschap over hebben. Zij hoeven zich dan ook niet te bekommeren over het bedrijf, maar plukken er wel de financiële vruchten van.

Moet u voor uw werk regelmatig onderhandelen en staan daarbij grote belangen op het spel?

Bent u er van overtuigd dat u er meer uit kan halen? Op deze website vindt u tientallen artikelen over onderhandelen. En graag attendeer ik u op onze » unieke training Onderhandelen. Alex van Groningen.

Checklist mede-eigenaren

3. Personeel

Op personeel moet je honderd procent kunnen vertrouwen. Toch neemt iedere ondernemer vroeg af laat een malafide werknemer aan. Zodra u erachter komt dat u dat ook is overkomen, moet u direct degene die het vertrouwen heeft beschaamd de laan uit sturen.

Paul Orfalea van het Amerikaanse Kinko’s, ‘s werelds grootste keten van bedrijven in de zakelijke dienstverlening, geeft toe dat hij ooit veel te laks was: “Ik had een manager in dienst die loog en die snel mensen ontsloeg. Niemand mocht hem. Nadat de boekhouder hem op diefstal betrapte, was ik te zwak”, vertelt hij in het zakentijdschrift Inc. Orfalea liet de zaak te lang voortslepen en trapte in een smoes over een hartaanval van de vader van de dief. “Ik had hem moeten ontslaan, maar ik had niet genoeg lef,” weet Orfalea nu. Tijdens een bedrijfspicknick kwam hij erachter dat hij een slecht voorbeeld had gesteld en daarmee de werksfeer had bedorven. Medewerkers waren buitengewoon boos. Terwijl zij binnen hun vestigingen strenge regels dienden te handhaven, bleek hun baas een zachte heelmeester te zijn. Toen de manager opnieuw stal, ontsloeg Orfalea hem alsnog.

Sollicitatie
Voorkomen dat u een ondermijner van de werksfeer aanneemt, is tegenwoordig lastig. De bedrijfstrouw taant en de spoeling is dun. We neigen minder kritisch te zijn bij het aannemen van personeel. Dat is gevaarlijk naïef. Het is cruciaal om bij het sollicitatieproces de tijd te nemen en op uw qui vive te zijn. Met wat instinct, een gezonde dosis wantrouwen en eventueel een psychologisch of antecedentenonderzoek komt u ver. Twijfelt u aan iemands betrouwbaarheid? Ingerukt!

Sollicitatieprocedures alleen zijn natuurlijk nooit een garantie tegen ellende. Sommige medewerkers ontpoppen zich pas later tot malafide individuen die zich verschuilen achter afspraken die nooit zijn gemaakt. Veel werkgevers gebruiken het moment van het tekenen van het contract niet om met de medewerker door te nemen wat van hem of haar wordt verwacht. Dat is onverstandig. Als een clausule later op verschillende manieren is uit te leggen, vangt de werkgever bij de rechter bijna altijd bot.

Standaardcontract
De gewoonte om iedere medewerker hetzelfde standaardcontract te laten tekenen, is vroeg of laat funest. Zeker als dat is gebaseerd op oud recht. Nog steeds voldoen te veel arbeidscontracten bijvoorbeeld niet aan de nieuwe opzeg- en proeftijdtermijnen van de nieuwe Flexwet. Per 1 januari 1999 mag de proeftijd in nieuwe contracten voor bepaalde tijd tot twee jaar maximaal een maand duren. Bij alle contracten voor onbepaalde tijd en bij contracten langer dan twee jaar, moet een proeftijd van twee maanden in acht worden genomen. De opzegtermijn voor een dienstbetrekking korter dan vijf jaar is tegenwoordig een maand. Tussen vijf en tien jaar geldt twee maanden. Tussen tien en vijftien moet u drie maanden in acht nemen. En voor alle langere dienstbetrekkingen geldt een opzegtermijn van vier maanden.

Vertrouwensbreuk
Hoe goed uw contracten ook zijn, er zijn altijd medewerkers die door de mazen van het net proberen te glippen. Een bekend verschijnsel is het voortijdig opzeggen van een tijdelijk contract. Dat kan als beide partijen het met elkaar eens zijn of wanneer daarover in het contract duidelijke afspraken zijn gemaakt. Voortijdige ontbinding mag alleen bij een gewichtige reden, bijvoorbeeld bij verandering in omstandigheden.

Een bekend voorbeeld is dat van de gebroeders De Boer, die bij Ajax wilden vertrekken. De Amsterdamse voetbalclub wilde de twee aanvankelijk niet voor het verstrijken van de contractdatum laten gaan, terwijl dat in de voetballerij niet ongebruikelijk is. De broers voerden in een arbitragezaak aan dat er sprake was van een vertrouwensbreuk die verdere samenwerking onmogelijk maakte. Ajax zou de afspraak niet zijn nagekomen dat één van de broers weg kon, als de andere bleef. Ook zou het vertrouwen van de broers zijn beschaamd door de werkwijze van de trainer. De arbiters namen het contract als uitgangspunt en gaven Ajax gelijk. Als het contract had gerammeld, waren Ronald en Frank in het gelijk gesteld.

Concurrentiebeding
Een concurrentiebeding kan geen kwaad. Wie bij de rechter ooit kans wil maken, maakt de clausule niet al te stringent of te vaag. Spreek af voor welk gebied, voor welke periode (meestal enkele jaren) en voor welke functies het concurrentieverbod geldt. De rechter kan het beding vernietigen, matigen of niet laten gelden als het de werknemer te ernstig belemmert bij het vinden van een nieuwe dienstbetrekking.

Dat laatste gebeurde onlangs in een uitspraak van de rechtbank in Almelo. Het ging om een zaak tussen een bedrijf in reiniging van ventilatiekanalen en een oud-elektromonteur die bij de concurrent aan de slag ging als reinigingsmedewerker.

“Er is geen gevaar dat hij bedrijfsgeheimen verklapt. Het is onbillijk het beding te laten gelden”, vond de president. Het onrechtmatig ronselen van uw klanten door een oud-medewerker is overigens sowieso, ook zonder concurrentiebeding, verboden.

Checklist personeel

4. Klanten en leveranciers

Het is verleidelijk om op iemands blauwe ogen zaken te doen met klanten en leveranciers. Zonder contracten hoef je niet eventuele vervelende toekomstige consequenties met de andere partij door te nemen. “Wij hebben in Nederland de neiging om doemdenken te verwerpen”, weet ervaren contractonderhandelaar Allert Goossens van GHC International in Leiderdorp. Hij vindt het belangrijk om met de andere partij altijd een aantal noodscenario’s vooraf door te nemen. Wat te doen als te laat wordt geleverd?

Goossens kent veel gevallen waarin een schriftelijke overeenkomst veel ellende had kunnen voorkomen. Zo gaf Goossens een klant het advies de uitbesteding van een logistieke taak in een draaiboek vast te leggen. Het enige wat er uiteindelijk echter lag was een ongetekende intentieverklaring. Toen het bedrijf door fouten van de ander niet op tijd kon leveren, was op de andere partij niets te verhalen.

In een ander geval had Goossens een bedrijf geadviseerd in een contract deelafspraken te maken met een klant. Via een uitgekiend systeem van betalingen zou de cashflow zoveel mogelijk neutraal moeten blijven. Dat advies werd niet gevolgd. In plaats daarvan kocht het bedrijf uit commerciële motieven op eigen naam materialen voor de klant in. De klant liet vervolgens weten geen geld te hebben.

Niet beginnen
De grootste vijand van goede contracten is tijd. Waarmee niet is gezegd dat alle contractonderhandelingen hoeven uit te monden in urenlange sessies waarin op elke slak zout wordt gelegd. Goossens zou het al een grote verbetering vinden als bedrijven vaker met een standaardcontract zouden werken. “Daarin kunnen ze voorwaarden vastleggen zoals prijs en betalingscondities en leveringsomvang. Vooral dat laatste gaat heel vaak mis.”

De belangrijkste tip: loop niet te hard van stapel, hoe enthousiast u ook bent over een eventuele order. Goossens: “Je moet nooit te snel beginnen, zeker niet als je nog niet hebt getekend. Wie aanvangt zonder aan te geven dat hij nog op het contract terugkomt, wordt geacht het contract te hebben geaccepteerd, zoals het is.”

Onderhandelingen
In het Nederlandse recht is het overigens ook niet zo dat de opdrachtgever met u kan sollen, zolang er geen handtekening onder een contract staat. Dat is gebleken uit een belangrijke uitspraak van de Hoge Raad. In een zaak tussen bouwondernemer Plas en de gemeente Valburg bepaalde het hoogste rechtscollege dat het afbreken van onderhandelingen in strijd kan zijn met de goede trouw. In vergevorderde stadia van onderhandelen mogen partijen er vanuit gaan dat een contract totstandkomt.

Goossens raadt verder aan op uw qui vive te zijn als u te maken heeft met een buitenlandse partij. Zeker wanneer het gaat om Engelsen. “Ieder wat groter bedrijf daar heeft minimaal één contractmanager. In Nederland is dat hooguit één op de tien en dan vaak nog een dubieuze”, meent Goossens. Bij het opstellen van contracten met buitenlanders is het volgens hem belangrijk dat u bepaalt welk recht van toepassing is. Er bestaan binnen Europa al grote verschillen. Het Engelse recht bijvoorbeeld is veel strikter op leveringstijd (de fatale termijn is essentieel) en kent een compleet andere aansprakelijkheid.

Contractbeheer
Als het contract eenmaal is gesloten, bent u er nog niet. Goossens wijst op het belang van contractbeheer en naleving. “Je ziet vaak dat er is besloten exclusief bij één partij in te kopen, maar dan houden mensen zich er niet concernbreed aan. Vaak ligt dat aan pure eigenzinnigheid of zelfs het feit dat niet iedereen van het bestaan van een contract op de hoogte is.” Ook ziet Goossens vaak dat partijen zich domweg niet aan het contract houden: ze vergeten kortingsafspraken of ze indexeren lonen dubbel, terwijl bijvoorbeeld in contracten staat dat het maar één keer mag.

Checklist contracteren

Uit: Bizz, J. Bijlsma en R. Willems
Lessen van naïef zakendoen Uitgave 2000-12


Een reactie op “Zwart op wit

  • a.salden zegt:

    Geachte heer/mevr.wij hebben een vraagje kunnen twee eigenaren een afspraak maken en dit nergens zwart op wit hebben staan ,moeten de volgende bewoners zich hier dan aan houden of hoeft dat niet want we zitten namelijk in een conflict met de buurman en die zeg dat wij ons daar wel aan moeten houden maar als er toch een nieuwe eigenaar hier komt te wonen en nergens iets, want het staat nergens zwart op wit en ook niet bij een notaris ,hoe moet ik dan weten wat de vorige bewoners hebben afgesproken, volgens mij hoef ik daar toch niet aan te voldoen of wel?
    Hoogachtend de heer A.Salden .




Plaats een reactie.

Je email adres is verplicht maar wordt niet getoond.