Mediation test

Met behulp van deze test kan worden bepaald of mediation een geschikt instrument is om een specifiek conflict op te lossen. De vragenset bestaat uit drie delen: “partijen en verhoudingen”, “belangen” en “resultaat” en bestaat uit 25 vragen.U dient deze test zelf te scoren.

Als benchmark, om de resultaten van de analyse tegen af te kunnen zetten, een intuïtief te beantwoorden vraag vooraf:

Denkt u dat de oplossing van het conflict
(a) onvermijdelijk is, mogelijk pas op de drempel van de rechtszaal
(b) nog ver weg is

Partijen en verhoudingen

1. De betrokkenen zijn
(a) met elkaar overeengekomen mediation te proberen (bv. via clausule in een contract of leveringsvoorwaarden)
(b) nauwelijks of niet bekend met mediation

2. Afgezien van het bestaande conflict, zijn de huidige of potentiële zakelijke belangen tussen beide partijen
(a) belangrijk, en zullen dat waarschijnlijk ook blijven
(b) verwaarloosbaar of afwezig

Bedenk ook hoe de ander deze vraag zou beantwoorden

3. De betrokkenen

(a) beschikken beide over de benodigde bevoegdheid om de zaak zelf op te lossen
(b) van tenminste één partij beschikken over onvoldoende mandaat van management of achterban en kunnen niet autonoom handelen

4. Hebben de partijen een scherp en realistisch beeld van het conflict, zodat de aanvullende inzichten van een (juridisch) adviseur overbodig zijn?
(a) nee
(b) ja

5. Meent u dat de andere partij werkelijk is geïnteresseerd in een oplossing?
(a) ja
(b) nee

6. Op dit moment is de algemene houding van de ene partij ten opzichte van de ander
(a) redelijk objectief
(b) vijandig, minachtend en wantrouwend

Bedenk ook hoe de ander deze vraag zou beantwoorden

7. Zou een niet-bindend oordeel van een deskundige er voor kunnen zorgen dat de inschatting van het conflict meer realistisch wordt?
(a) ja
(b) nee

(Indien “ja”, dan is minitrial, of een andere vorm van onafhankelijk oordeel, een optie)

8. Kan een derde zorgen voor minder vijandigheid tussen de partijen (of hun advocaten)?
(a) ja
(b) nee

9. Qua financiële draagkracht, zakelijk inzicht, ervaring met (juridische) conflicten e.d. zijn de partijen
(a) vergelijkbaar
(b) zo verschillend dat de één eenvoudig overwicht over de ander kan krijgen

Belangen

10. Een snelle en efficiënte oplossing van het conflict is
(a)belangrijk voor beide partijen
(b) niet belangrijk, of één partij heeft zelfs belang bij vertraging van de oplossing

11. Publiciteit over het conflict
(a) moet worden vermeden door beide partijen
(b) heeft voordeel voor één van de partijen

12. De transactiekosten* van het doorzetten van een rechtszaak zijn, vergeleken met de reële schadecompensatie die elke partij kan verkrijgen
(a) onevenredig groot
(b) klein in vergelijking tot wat er op het spel staat

*transactiekosten= kosten van juridische bijstand, eventueel te betalen schadevergoeding, productieverlies, negatieve effecten van publiciteit

13. Levert het conflict een risico op voor de reputatie van één van de partijen?
(a) ja
(b) nee

14. Streven de partijen een zakelijke oplossing na of is een enkele toewijzing van schadevergoeding aan één van de partijen voldoende?
(a) ja
(b) nee, de enkele vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding is voldoende

15. Uitgebreid documentenonderzoek zoals in een rechtszaak gebruikelijk is
(a) willen de partijen vermijden
(b) is in het belang van één partij om achtergehouden documenten boven water te krijgen

16 De zaak en de informatie waar het om gaat
(a) is gevoelig en betreft bijvoorbeeld concurrentiegevoelige informatie
(b) geeft geen reden tot extra geheimhouding

Resultaat

Moet u voor uw werk regelmatig onderhandelen en staan daarbij grote belangen op het spel?

Bent u er van overtuigd dat u er meer uit kan halen? Op deze website vindt u tientallen artikelen over onderhandelen. En graag attendeer ik u op onze » unieke training Onderhandelen. Alex van Groningen.

17. Het inhoudelijke conflict
(a) is zeer technisch of complex
(b) is inzichtelijk en goed te begrijpen

18. De belangrijkste geschilpunten zijn feitelijk
(a) maar in de vaststelling niet afhankelijk van de betrouwbaarheid van deskundigen/getuigen
(b) en afhankelijk van de betrouwbare deskundige/getuige

19. Is er behoefte aan een oplossing die een rechter niet kan leveren, zoals bijvoorbeeld de aanpassing van een contract?
(a) ja, bij tenminste één partij is daar behoefte aan
(b) nee

20. De partijen hebben meer greep op de uitkomst als zij een bindende uitspraak en het daaraan gekoppelde risico van verlies vermijden. Willen zij dat?
(a) ja
(b) nee

21. Het toebrengen van schade aan de ander of het waarborgen van een openbare rehabilitatie cq. genoegdoening is
(a) voor geen van de partijen van belang
(b) is een belangrijk doel van tenminste één partij

22. Indien u de zaak voor de rechter heeft gebracht en in het gelijk bent gesteld zal
(a) een eenvoudige en vertrouwelijke onderhandeling zoals in mediation gebruikelijk is, mogelijke toekomstige claims kunnen verminderen
(b) de behaalde winst toekomstige eisers afschrikken

23. Wenst geen van de partijen een juridische precedent of een dwangbevel?
(a) nee, dat wensen zij beide niet
(b) ja, die wensen zij wel

24. De kans dat dit conflict definitief de wereld uit is door een gerechtelijke uitspraak is
(a) onzeker of speculatief
(b) waarschijnlijk

25. De kans om de zaak in een gerechtelijke procedure te winnen is
(a) onduidelijk of onzeker
(b) boven elke twijfel 100%

Score:

Aantal (a)-antwoorden:___________
Aantal (b)-antwoorden:___________

Nu is het mogelijk om te bepalen of mediation een optie is. Meer (a) dan (b) verwijst naar een goede kans om via mediation een oplossing te bereiken, meer (b) dan (a) geeft indicatie van een meer formele procedure, zoals arbitrage of gerechtelijke procedure.

Er mag geen overheersende betekenis worden gehecht aan de numerieke score. Soms kan een enkel antwoord de hoogste prioriteit krijgen of een dusdanig struikelblok vormen, dat daarbij alle andere antwoorden onbelangrijk worden. De vragenset identificeert en kwantificeert de indicaties voor toepassing, maar het gewicht dat aan elke indicatie wordt gegeven moet individueel worden bepaald op basis van ervaring en beoordelingsvermogen.

Tot slot moet de vraag vooraf (“benchmark”) over de kans op een oplossing worden betrokken. In de regel zal het antwoord op die intuïtieve vraag overeenkomen met de beredeneerde antwoorden op de vervolgvragen.
De antwoorden van sommige vragen kunnen verschuiven naarmate een gerechtelijke procedure voortduurt. Indien besloten was om geen mediation toe te passen, of indien de inschatting was dat de andere partij er geen belangstelling voor had, is het nuttig om de beantwoording tijdens de procedure te herhalen.

1. Gebaseerd op het ADR-Screen (‘Questions to assess ADR Suitability regarding consensual ADR’) van CPR/New York

(c)MEDEM(r) 2000,





Plaats een reactie.

Je email adres is verplicht maar wordt niet getoond.